Materialen

Bij Atelier 't Schervengericht kunt u terecht voor de conservering en restauratie van keramiek en glas. Maar ook voor andere materialen die wat betreft hun chemische samenstelling en schadebeelden veel overeenkomsten hebben, zoals steen, gips en emaille. De materialen en technieken die gebruikt worden bij de restauratie ervan zijn namelijk vergelijkbaar. 

De leeftijd van uw object maakt voor de restauratie niet uit. Archeologische vondsten uit de oudheid tot hedendaagse objecten kunnen worden gerestaureerd!

Hieronder volgt een korte karakterisatie van enkele van de materialen die worden behandeld.

 

Keramiek

Keramiek is een verzamelnaam voor verschillende materialen gemaakt van gebakken klei. Grofweg kunnen worden onderscheiden:

  • Aardewerk - Aardewerk wordt gemaakt van (rivier)klei en wordt gebakken bij een temperatuur van ten hoogste 1150ºC. Aardewerk is altijd een beetje poreus. Om het waterdicht te maken wordt aardewerk vaak geglazuurd. Glazuur kan daarnaast ook een decoratieve functie hebben. De kleur van de scherf varieert van crème, geel en grijs tot rood en bruin. Slibgoed, majolica, faience, creamware en terracotta zijn voorbeelden van aardewerk. Ook tegels zijn veelal gemaakt van aardewerk
  • Steengoed - Steengoed wordt gebakken bij temperaturen tussen de 1200 en 1300ºC, hierbij wordt de klei versinterd waardoor het materiaal vrijwel ondoorlaatbaar wordt en zeer hard. Voor de waterdichtheid is een glazuur niet nodig. Vaak wordt echter een zoutglazuur toegepast. De kleur van de scherf is meestal bruin of grijs
  • Porselein - Porselein wordt gemaakt van de klei kaolien en de mineralen veldspaat en kwarts gemengd in een bepaalde verhouding. Porselein wordt gebakken bij temperaturen tussen de 1250 en 1400ºC, tijdens de tweede bakgang versmelt het glazuur volledig met de scherf. De scherf is altijd wit van kleur, zeer hard, niet poreus en vaak halfdoorschijnend

Keramische objecten kunnen op verschillende manieren worden gevormd: vrij gevormd met de hand, gedraaid op een draaischijf, of gegoten in een mal. Vaak zijn er nog sporen van de vervaardigingsmethode terug te vinden op het object.


Glas

Glas is een niet-kristallijn, hard en breekbaar materiaal. Het hoofbestandsdeel van glas is silica (SiO2). In de natuur komt het onder andere voor in de vorm van kwarts, bijvoorbeeld in bergkristal en zand. In pure vorm is het echter moeilijk te bewerken, waardoor er voor de glasproductie andere stoffen aan worden toegevoegd om de smelttemperatuur te verlagen (bijvoorbeeld soda) en om het duurzamer te maken (onder andere kalk). Naast glas bestaan er nog andere glasachtige materialen: glazuur, emaille en (Egyptische) faience.

Door de eeuwen heen zijn verschillende soorten glas gemaakt, onderscheidbaar op hun chemische samenstelling en/of vervaardigingsmethode.  Een kleine greep:

  • Kernglas - Kernglas, ook wel zandkernglas genaamd, werd vanaf ongeveer 1500 v.Chr. gemaakt in het Nabije Oosten. Objecten werden gevormd door warme glasdraden te wikkelen om een kern van (onder andere) klei, geboetseerd om een staafje van metaal of gebakken klei. Na afkoeling van het glas werd de kern eruit geschraapt
  • Millefiori / mozaïekglas - De techniek van het maken van mozaïekglas is uitgevonden in het oude Egypte, maar is ook veelvuldig toegepast door de Romeinen, en in Venetië vanaf de 15e eeuw. Mozaïekglas wordt gemaakt door platte stukjes glas in een mal te plaatsen, deze wordt met een contramal afgesloten en verhit in een oven zodat het glas aan elkaar versmelt. De platte stukjes glas worden verkregen door een staaf glas, bestaande uit één of meer kleuren, in schijfjes te snijden
  • Romeins glas - Romeins glas in meestal blauw of blauwgroen van kleur door metaaloxides in het glas. De Romeinen vormden het glas zowel door het te blazen (vrij of in een mal), als door het in een mal te persen. Wanneer Romeins glas wordt opgegraven door archeologen is het vaak geïriseerd ten gevolge van chemische verwering
  • Waldglas - Waldglas is laat-Middeleeuws glas dat werd gemaakt in Noordwest Europa. Houtas werd toegevoegd aan het ruwe materiaal als bron van potas om de smeltemperatuur te verlagen. Waldglas is veelal groen van kleur, veroorzaakt door het ijzeroxiderijke zand dat werd gebruikt bij de productie van het glas. Bekende vormen zijn de roemer en berkemeyer
  • Venetiaans glas - Het Venetiaanse glas, cristallo, dat vanaf de 16e is gemaakt wordt geroemd om zijn helderheid en verfijndheid. De Venetianen hadden goede grondstoffen voorhanden, die ook nog eens zeer goed werden gezuiverd, wat leidde tot een kwalitatief hoogwaardig glasproduct vergelijkbaar met bergkristal. Het glas is veelvuldig gedecoreerd met blauwe glasdraden, oren en vleugels, en gravures. Vooral bijzonder is de filigrana decoratie van witte, al dan niet gedraaide, glasdraden in het glas
  • Loodglas Loodglas, ook wel kristal genoemd, is ontwikkeld in Engeland in de 17eeuw om het Venetiaanse heldere kleurloze glas te imiteren. Dit werd bereikt door de toevoeging van loodoxide aan de grondstoffen. In de 18e eeuw werd het Engelse loodglas op zijn beurt weer nagemaakt op het Europese vaste continent. Loodglas heeft een prachtige schittering (dit wordt versterkt door het te slijpen), is zwaar en de vormen zijn vaak vrij grof
  • Glas-in-lood en gebrandschilderd glas
  • Spiegel - Spiegels worden gemaakt door de achterkant van vlakglas te bedekken met een laagje zilver in combinatie met tinchloride, afgedekt met een verflaag. Tot aan het begin van de 20e eeuw werd in plaats van zilver een tin-kwik amalgaam gebruikt
  • Achterglasschildering - Het achterglasschilderen, ook wel Hinterglasmalerei genoemd, is een techniek waarbij met (olie)verf een schildering wordt aangebracht aan de achterkant van het glas, waardoor je aan de voorkant de schildering kunt zien. De verf wordt in omgekeerde volgorde aangebracht ten opzichte van een gewoon schilderij, dus begonnen wordt met de hooglichten en voorgrond, en geëindigd wordt met de achtergrond
  • Modern en hedendaags glas